Een trage zon

je wuifde
ik lachte terug
herinner me wolken
drijvend op hun rug

een trage zon
waarvan de stralen
stil leken te staan in het
verloren gaan van tijd

in wachten bevroren
keken we naar elkaar
het moment van breken
kwam snel daarna

jouw transparantie
knapte toen ik met een
woordloos afscheid
jou diep op je ziel trapte

onoverbrugbaar zijn
meters in oneindigheid
ik ben je kwijt de scherven
liggen in het gras verspreid