EEn Storm van Razernij

Een Storm van Razernij

Alle plaats -en eigennamen zijn bewerkt

"Binnen zonder kloppen"

Ierland 12 Juli 2007

Ghost en ik zaten aan een biertontafeltje in een Ierse pub ergens buiten Belfast Noord Ierland, op een verschrikkelijke manier ons verdriet te verdrinken.
Wij hadden net "de laatste man" begraven, nu waren Ghost en ik nog als enige over, van de oorspronkelijke groep van twaalf(!) man.
De rest was al eerder ten onder gegaan aan drank, drugs, geweld en zelfdoding.

Op de plaats van ongeval, een rechte weg met aan weerskanten bomen, hadden Ghost en ik de boel uitvoerig bekeken. Het wrak van de Maserati als een verkreukeld bierblikje om een stam gevouwen.
Nergens één remspoor….
"Het is wel zeker dat hij door gebruik van alcohol de macht over zijn voertuig heeft verloren" zei de agent.
"Zelfmoord" hadden de ogen onder de fronsende wenkbrauwen van Ghost geantwoord.
Bevestigend knikte ik slechts met een grom.

Onze geschiedenis ging al zo een twintig jaar terug, wij hadden elkaar ontmoet te Assen in de Johan Willem Friso kazerne, om precies te zijn.
Wij maakten deel uit, van het 43e pantserinfanteriebataljon en toch waren wij geen UNIFIL, maar een toegevoegde verkenningseenheid van de “Special Forces” onder Amerikaans commando.
Gekscherend hadden wij onze groep “Science Fiction” genoemd en bijbehorende namen aangenomen daar wij over de radio onze eigennamen toch niet mochten gebruiken.

Wij drieën, een paar jaar ouder dan de anderen, hadden, vergeleken bij de rest van de jongens, al een half leven achter ons.
Ghost was mijn "point man" de gevaarlijkste plek in een verkenningspeloton.
Ikzelf was groepsleider. En "de laatste man" spreekt voor zich. Ook niet de veiligste plek overigens.

Na de verplichte zandhazenschool(basis opleiding infanterie) meteen door naar het PIROC(pantserinfanterie rijopleidingen) in Eindhoven daarna de “Commando´s in Roosendaal en als sluitstuk de scherpschutteropleiding bij de Yankees.
De “Delta Force”een Amerikaanse elite eenheid, was belast met het opleiden van militairen die “Search and Destroy” missies moesten uitvoeren. De zogenaamde “Sweep” teams.
Maar wij vonden dat wij uitstekend waren berekend op onze taak.

Ridders van de nacht. Prinsen der duisternis, zat ik dronken te reminisceren. Ghosts´ zwarte ogen weerspiegelden verschrikking. Een pijnlijk herinneren voerde ons beiden terug naar diezelfde nacht waarin de dood, zonder te kloppen binnen was geslopen.

24 mei 1982 Zuid Libanon. El n´a Sharaf

De ijzige woestijnkoude deed mijn adem condenseren, de sterrenhemel in deze maanloze nacht was overweldigend. Het getjilp van Cicaden reet als een zijden doek de stille duisternis uiteen. Vöör mij, alleen maar zwarte woestijn. Achter mij, de grijze contouren van een bergmassief, begroeid met Libanese naaldbomen. Vaag hoorde je verderop het ruisen van de zee, die daar onder lag.
Ik stak een Gitane op, zoog de prikkelende rook diep naar binnen. Geen missie vannacht, maar teveel kolkte door mijn hoofd om te kunnen slapen.
De activiteiten van de P.L.O. waren de laatste weken enorm toegenomen. De afgelopen maand waren wij elke nacht op patrouille gestuurd.
Ik voelde de beweging eerder dan dat ik hem zag. Ghost kwam aangeslenterd, zijn gespierde torso ontbloot.
-Hé man, alles kits. Kon je ook niet slapen?
-Nee, gisteren…
-Tja, dat was wel wat hè.
-Fuck man, het scheelde niet veel of ik had die knapen neer moeten schieten. Gelukkig voor hen …

De Dood in kinderkleren

23 mei 1982 . De Schaduwvallei.

Stilletjes liepen we door de bedding van een opgedroogd riviertje, Ghost in zijn eentje ver naar voren, onzichtbaar en volkomen geruisloos.
Wanneer wij patrouille liepen, waren we gekleed in dofzwarte parachute overalls met alleen het hoofdnoodzakelijke bij ons. Gezichten zwart gemaakt en onze Remmington SR 9 op de rug, FN Browning, een negen mm pistool, doorgeladen in de aanslag.
De verkenningspelotons waren de enigen onder de Nederlandse vredestroepenmacht met scherpe munitie op missies én de toestemming gericht te vuren, indien nodig.
Uit onze kleding waren alle labeltjes verwijderd, geen rangen, geen identificatie, niets. Onze opdracht was, de PLO die met Zodiac’s, een rubberen stormboot, het strand op glipten en daar raketwerpers met tijdmechanisme neer plantten gericht op de Israëlische Kibboets, op te sporen en zo nodig uit te schakelen.
Ik had mijn jongens ervan overtuigd geen actie te ondernemen voordat de PLO weer uit zicht was en dan de raketten onklaar te maken. Het ging er tenslotte om de raketten te verhinderen Israël te bereiken niet om levens te nemen tenzij het niet anders kon.
Rechts van ons kraakte een tak.
"Stil! Nee, geen licht" fluisterde iemand sissend recht voor mij.
Schimmen bewogen, een sopraanstem riep in gebroken Engels. "No move, hands in air!" Meteen flitste een fel licht aan, ik kneep onmiddellijk mijn linkeroog dicht zodat, zodra het licht weer uit zou gaan, ik in één oog mijn nachtzicht nog zou hebben. Twee jongens, de een niet ouder dan veertien, de ander misschien nog geen twaalf, liepen het door de stammen reflecterende lichtschijnsel binnen. De oudste had een Makarov 9mm recht op mijn voorhoofd gericht.
De jongste probeerde zijn AK47 te spannen maar had daar duidelijk de kracht niet voor, hij zette de geweerkolf op de grond en met zijn magere been duwde hij het afsluitmechanisme met moeite naar beneden.
IJs rende mijn ruggengraat op en af, dit zou wel eens heel verkeerd kunnen aflopen. Wanneer het militairen waren geweest zou ik weten wat te kunnen verwachten maar twee van die nerveuze knapen?
Met nog hogere stem. "Weapons down, down! All you. Now!".
Zonder een geluid werden de handwapens neergelegd.
Geen stommiteiten van mijn jongens, maar uit mijn ooghoek zag ik hoe de Magiër, mijn verbindingsman en hospik, een Shaken(werpmesje zonder heft) in zijn handpalm liet glijden, gereed voor een onderhandse worp.
Zou ik ooit nog met mijzelf kunnen leven, na wat ik op het punt stond te moeten doen?
Langzaam knielde ik neer, de negen mm. bungelend aan de wijsvinger door de trekkerbeugel. Mijn linkerschouder van de jongen weggedraaid, pakte ik mijn back-up wapen, een “Snubnose Magnum”, uit mijn enkel holster. De “Kalashnikov” van de jongste begon al gevaarlijk te trillen in de magere krachteloze armpjes, nog maar een ogenblik en dan..

Overeind komend keek ik de Magiër in de ogen, en met een oogbeweging gaf hij te kennen dat hij mijn bedoeling begreep. De punt van mijn tanklaars tikte af, zoals we al zo vaak geoefend hadden.
Nét voordat ik de “Snubnose” omhoog wilde zwaaien doemde de grote schim van Ghost achter de jongens op, er was slechts een illusie van beweging, zo snel was hij. Zowel de Makarov als de AK47 waren op slag verdwenen. De beide jongens verbijsterd, spartelend op de grond.
Om mij heen het droge "klikklak" geluid van wapens die doorgeladen werden.
Nu ik weer vrij kon ademen overviel de duizelig makende adrenalinevloed mij.

24 Mei 1982 Zuid Libanon El n´a Sharaf
III “Duisternis neem mijn hand”

Ghost bood mij een Marlboro aan ik weigerde met een "bedankt, ik heb liever iets sterkers." Ghost had mij zeker verkeerd begrepen, of niet…
De zakflacon kwam te voorschijn als een konijn uit de hoge hoed.
Gevuld met Finlandia, een verboden vrucht in dit strenge Moslim land.

In de verte leek het te onweren, verbaasd keek ik Ghost aan,"heb jij de meteo bekeken" vroeg ik.
"Tuurlijk" antwoordde hij en keek omhoog naar de wolkenloze sterrenpracht.
"Hmm." Merkwaardig, dacht ik.
Het geluid scheen dichterbij te komen, het leek wel een aardbeving of een zandstorm.
"Dieselmotoren!" Zeiden wij tegelijkertijd
"Leopardtanks!" Opnieuw samen.
Dat zou wel heel vreemd zijn want alleen de Amerikanen of de Israëlieten hadden deze geavanceerde pantservoertuigen.
En die hadden hier helemaal niets te zoeken.

De haren in mijn nek gingen omhoog staan en een ijskou gevoel nam bezit van mij.
Ik zag in de ogen van mijn wapenbroeder iets wat ik nog niet eerder had gezien en het stonk.
Niet alleen naar angst maar ook naar bederf, even zag ik een beeld van de Dood die een lijkenzak dicht ritste, ik knipperde met mijn ogen en het beeld verdween.
"Vraag over de radio wat er aan de hand is"!
"Aan Waf?"
(“Waf” stond voor “U.S. Marines Warfare Command”, onze directe baas.)
"Ja, en als ze niets willen zeggen laat je je doorverbinden met de Haviken" (Israëlisch Commando)
Weg was hij en ik rende naar beneden naar het roadblock dat aan de weg lag.
Al kon ik nog geen beeld uit het diepe duister distelleren het geluid kwam dichterbij en aan het lawaai te horen was het minstens een divisie.
Ver weg richting de grootste havenstad van Libanon zag ik nu ook de hemel oplichten.
Verduiveld wat was er gaande? Dit was uiterst curieus en erger nog, uiterst serieus
Nog even en een nieuwe dag zou aanbreken, de ochtendschemering kondigde zich al aan.

In mijn beleving bestaat er niets mysterieuzer dan de vroege ochtend die zich over de woestijn buigt. Alles in een diepblauw dompelend.
Stel je daar de Leopard tanks in voor als uitgestorven mastodonten die plotseling weer tot leven zijn gekomen, opdoemend uit de mistnevels hun diesels grommend als nachtelijke roofkatten.
Surrealistische schimmen op oorlogspad!
Er waren in de verte nu ook schoten te horen.

Het roadblock was een opeenstapeling grote zandzakken in het vierkant, met op elke hoek een stalen post en een dak van golfplaten met daarop ook weer zakken.
Binnen stond een Mag 7.62mm. machinegeweer op steunen. Onze aanwezigheid vereiste ook een zwaar machinegeweer, de “. 50” op affuit.
Dit bizarre onding was al vanaf de eerste Wereld Oorlog in gebruik. Richten kon je er nauwelijks mee maar je kon er een voertuig dwars doormidden mee schieten, en met die autobom aanlagen toch wel enigszins geruststellend.
Spook(omdat hij zo wit zag) had de .50 wacht, hij stond in het duister te turen.
"Wat de fuck is er aan de hand, zijn dat diesels?" vroeg hij.
"Ja suk, wat dacht je dan, dat er een motorcross georganiseerd was?"zei ik.
"Nee, een vliegerwedstrijd, nou goed!" Speels gaf hij me een duw. Daardoor zag ik schuin achter mij dat de Post( 7-23) intussen tot leven was gekomen.

Overal was activiteit, de drie ingegraven 120mm mortieren werden inmiddels bemand.
Zij waren de bestaansreden van deze post en moesten de zes kilometer verderop gelegen vallei van lichtsteun voorzien.
Ja, lichtsteun. De enige munitie die zij gebruikten waren 120mm lichtgranaten.
Ik stond er een keer bij en indrukwekkend wás het. Ik had nog nooit zulke harde klappen gehoord en tegelijkertijd met een mondingvlam van wel tien(!) meter vloog de granaat eruit. Toen die in werking trad, door middel van een tijd en hoogte mechanisme werd alles zo helder verlicht dat je de krant kon lezen.

Ik schakelde de infrarood lamp in terwijl er achter in mijn hoofd iets begon te knagen maar ik kon er niet bij komen.
Turend door de infrarood kijker wist ik dat wij nu zichtbaar waren voor een ieder die ook door een I.R kijker keek. De tanks konden ons dus zeker zien.
Ghost en ik hadden ons vergist, doordat ze dezelfde motoren als de Leopard hadden, klonken ze zo, maar het waren gloednieuwe “Merkava´s”(Hebreeuws voor strijdwagen).
Langzaam kwamen zij in de verte aangerold en ik knipte de lamp op; Uit.

Kapitein "Dickhead" gaf het bevel om de mortieren af te vuren zodat hij zou kunnen zien wat er gaande was.
Het knagen schoot nu als een concrete gedachte door mijn hoofd.
"Nee!" Schreeuwde ik uit alle macht, maar ik was te laat.
Met een drie daverende klappen scheurde de dageraad uiteen, de grond onder onze voeten trilde mee en zand uit het dak viel als een gordijn naar beneden.
Ik wist wat er nu zou komen, wij zouden binnen tien seconden gepeild worden door de ultra moderne tanks en die zouden dan meteen het vuur openen omdat hun systemen een acute dreiging meldde.
Onmiddellijk spande ik de .50 en riep zo hard mogelijk, "dekking!”
“Inkomend vuur!"
Dit werd overgenomen door de anderen, maar ging er ook werkelijk iemand in dekking?

Toen verging de wereld in een zee van vurige explosies, een kakofonie van machinegeweervuur en doodskreten.
De eerste brisantgranaat was een voltreffer op de post, fonteinen van zand en kalksteen spoten op.
Met Spook naast mij als munitieband geleider begon ik te vuren. De lichtspoormunitie spreidde een waaier van hallucinerend rood en groen voor mij uit en de loop begon door de hitte lichtroze in het donker op te lichten.
De tweede granaat sloeg in vlak voor het roadblock. Zakken vielen van het dak
Plotseling was het net of iemand met een honkbalknuppel vol op mijn onderarm sloeg. Voorzichtig keek ik. Waar mijn onderarmspier had gezeten zat nu een bloederige massa.
Heel bizar. Er kwam rook uit! Je mag dan nog zo hard zijn, wanneer je je eigen bloed ziet vloeien dan gaat er echt wel wat door je heen. Ik kon mijn vingers nog een beetje bewegen.
Een hysterische gil bracht mij tot mijn positieven. Spook! Meteen daarop een harde klap in mijn voet, uit de stalen bescherming van mijn linker tanklaars stak een rokend stuk kogel. Ik voelde niets, mijn been was tot de knie koud en verdoofd. Op mijn ellebogen kroop ik naar Spook toe, en werd overspoeld door duizelingen. Zijn hakken trappelden in het zand, kermend had hij zijn arm over de ander geslagen.
‘Laat me eens kijken’ zei ik met schorre stem en trok voorzichtig zijn ene arm van de andere. Bloed gulpte over mijn handen en mijn eigen onderarm was nu een speer van hete pijn.
Van Spook´s linkerarm was nog maar de helft over, zuur kwam omhoog en brandde in mijn keel.
"Medic! Medic!” Gilde ik tevergeefs want niemand zou mij kunnen horen.
Uit mijn koppelriem trok ik een injector morfine en ritste met mijn tanden de sluiting eraf.
Spoot de inhoud in zijn dijbeen en mijn andere hand pakte er nog een en ik herhaalde de handeling. Ik trok zijn Dogtags over het hoofd en legde met de stalen ketting een tourniquet aan. Zelf verging ik nu ook van de pijn en mijn hoofd ontplofte zowat, elke beweging was zo moeizaam alsof ik in een bad vol stroop zat.
Witte sterren gleden door mijn gezichtsveld, ik voelde nu overal de speldenprikken van een bewustzijnsvernauwing
Voorzichtig wiegde ik zijn hoofd in mijn schoot en wilde hem met zacht gesproken woorden geruststellen
maar er kwam nog slechts een schor gemompel over mijn lippen. Tranen vermengden zich met bloed.

Adrenaline gierde door mijn lichaam, spinnen waren begonnen hun web over mijn ogen te weven, mijn lichaam begon nu heftig te trillen door het bloedverlies en zag nog net dat Ghost samen met "de laatste man" kwam aanhinken. Ik begon weg te glijden.
Hoorde ik Engelen zingen…?
Zwarte golven sloegen kapot in mij.
En Duisternis nam mij bij de hand…..

De Barman die twee glaasjes Finlandia Vodka neerzette bracht mij weer terug in het Nu.
Wat zag alles er ineens vreemd uit. Waarom was mijn zicht zo versluierd en wazig?
Pas toen besefte ik dat er tranen uit mijn ogen liepen.
Mijn broeder had net dezelfde reis als ik gemaakt dat kon ik zien aan zíjn betraande ogen en de blik van pijn die daar half in verscholen lag.

"Op verloren vrienden" toostte Ghost met donkere stem
"Verloren vrienden" antwoordde ik nóg zwarter.

***

"Elke ontmoeting leidt tot afscheid, maar kon ik ooit vermoeden dat een afscheid mij zo zwaar zou vallen?"
Stormgeboren