Edvard Munch impressie

Landschap, lief landschap, ik heb je bijna lief
Ik wil je omvatten maar ben te kinderlijk
Tot in iedere grashalm, de kern, de vezel, het wezen
Ik voel verscheuring

Dit verstikkende, het avondrood
Weerzin van blauwe gebieden, dood, je tong
Aan de rand, de horizon sterft in mijn witte handen
Beet, bijt mijn vingers, eet mij
Ik ben zo bang

Een verdriet groter dan de angst voor sterven
Overmeestert mij in het zijn
De hemel komt op mij neer, keert om
De golven slaan neer
De maagwand van het land
Krult om mijn zij – ik ben vlees
Alles is leegte, dit
Neemt mij in, gapende wond
Geel zwoegend zand
Scheurt mij af, breekt mij af

Frida Buskes-Tontei
Geschreven voor schrijfopdracht: Munch.