Edvard Munch, de Schreeuw

Soms kan kunst ons genadeloos raken. Dat komt omdat het je herinnert aan wat je zelf hebt meegemaakt of wat je fantasievolle voorstellingsvermogen ervan maakt. Dat laatste lijkt soms op medelijden: we ondergaan het zelf, afhankelijk van wie we zijn; van schrik die de rillingen door het lijf jaagt, tot tranen vanuit emotionele bewogenheid.
Of we zijn doodstil.
Getroffen door wat een kunstenaar ons te vertellen heeft, lezen we keer op keer het verhaal dat op doek, in vorm of als bewegend beeld tot ons komt. Het blijft ons raken en we proberen uit alle macht het te begrijpen en uit toegepaste techniek of gebruikte materialen iets af te leiden, maar het blijkt te krachtig, te complex, het doet teveel met ons.
De gestalte van die vrouw op de brug, haar handen vertwijfeld tegen het hoofd geslagen, met wijdopen gesperde mond, trefzeker uitgebeeld, drukt ontzetting uit. We voelen ons diep getroffen. Hoe lang we ook kijken, wat we ook proberen, welke kant onze fantasie ook uitgaat, we blijven gevangen in de nooit gehoorde jammerklacht, zien een verkrampte gestalte en proberen uit wat we weten een glimp van dat ene moment op te vangen waarin de kunstenaar inspiratie had om precies dit uit te beelden.
Symbool van onzetting, misschien ook wel van machteloosheid, grijpt ons aan en neemt ons mee naar waar geen woorden zijn, slechts gevoel en laat ons uiteindelijk achter in het besef dat we eigenlijk niets weten behalve dan dat de uitgebeelde triestheid ons nooit meer loslaat.

Cor Snijders