Economische crisis 2

In No Logo zet Naomi Klein uiteen hoe de wereld door reclame wordt ingepakt. In het beeld dat ze schetst gluurt de toekomst: we wandelen door de Heineken straat op onze Nikes in een Levi’s broek en Garbana shirt, kijken op onze Swatch hoe laat het is en of we wel op tijd komen voor de afspraak die we hebben bij het Bacardi jazz-festival in een stad die van boven tot onder en van links naar rechts gesponsord wordt door grote namen die ook onze scholen al hebben geïnfiltreerd en in de door hen bekostigde studieboeken schaamteloos modellen en grafieken tonen hoe zij omzet en winst hebben uitgebuit door de jeugd van acht tot tachtig in hun campagnes te betrekken.
Naomi Klein is niet de enige. Michael Pollan schreef Een pleidooi voor echt eten en in dit land beijveren tal van mensen voor bewustzijn op allerlei terreinen en het niet slaafs navolgen van vooraf bepaalde trends. Neem bijvoorbeeld eens een kijkje bij de Vrekken Rob van Eeden en Hanneke van Veen om te zien waar echte geldbesparing ligt, niet om het met hen eens te zijn of om het ook zo te gaan doen, maar wel om te ontdekken wat in eigen leven misschien veranderd zou kunnen worden
Het zijn mogelijkheden als antwoord op de economische crisis.
Kijken we nog verder rond, dan ontdekken we dat er veel mensen zijn die al jaren deze stijl van leven hebben aangemeten en daar het grootste plezier uit halen. Rommelmarkten worden door hun geplunderd, elk toepasselijk voordeeltje in winkels wordt door hun uitgebuit en het is hun een wedstrijd iets te winnen aan allerlei akties, daarvoor puzzels in te vullen, slagzinnen te bedenken en zo doende creativiteit op alle mogelijke manieren aan te wenden. De kredietcrisis en recessie gaan aan hen voorbij alsook geldontwaarding door inflatie en schulden maken ze niet. Natuurlijk vrezen ze voor hun baan en proberen ze werkloosheid op alle mogelijke manieren op te vangen. Zoon of dochter werkt als vakkenvuller of loopt kranten en draagt zo een steentje bij. Allemaal zijn ze zich bewust van de huidige situatie maar hebben er weinig mee te maken en schudden het hoofd als ze televisiebeelden zien van bankdirecteuren die het hoofd moeten buigen en leven mee met de duizenden die ontslagen worden.
Het zijn mensen die altijd al zo leefden omdat ze geen behoefte hebben aan nog beter, groter of sneller. Ze geven toe dat het een stijl van leven is die niet iedereen is gegeven, want je moet er wel enigszins het karakter voor hebben. Ze snappen ook dat er mensen zijn die hoogst ongelukkig zouden zijn als dingen niet meer kunnen. Maar diezelfde mensen zullen misschien binnen korte tijd ervaren dat de financiele crisis in hun geval onontkoombaar is.

Cor Snijders