Droom zonder eind

hij had lange messen geslepen
wilde af en toe steken
heeft zichzelf opengereten
in een droom zonder eind

toen het bloed was uitgelekt
de agressie langzaam wegebde
in een steeds zwakker pulseren
kon de dood hem niets meer leren

zij hebben elkaar de hand gegeven
samen broederlijk het glas geheven
proostend zag hij plotseling de zeis
met een nog vaag glinsterende kling

met op het scherp van de snede
zijn nog donkerwarme bloed
hij is als de donder verdwenen onder
het mompelen van een verschrikte groet