Deadlands

Donderdag, vier uur in de ochtend. Ik ontwaak met het getik van woedende regendruppels. Opnieuw ben ik vroeg wakker en kan de slaap niet meer vatten. Een druk op de schakelaar en de kamer vult zich met een flauw geelachtig lichtschijnsel. Ik rek me uit en krijg een kramp in mijn linkerkuit. De enorme pijn laat me achteruit vallen op mijn bed en ik masseer met beide handen de kramp zoveel mogelijk weg. Na een pijnlijke 10 minuten ga ik op het rand van mijn bed zitten. Ik trek het gordijn even open en laat het weer dichtvallen. In een flits dacht ik iets gezien te hebben aan mijn poort. Ik trek het gordijn opnieuw een beetje open en gluur. Er staat inderdaad iets aan mijn poort.

Ik druk de schakelaar opnieuw in en laat duisternis heersen in de kamer. Sluipend naar het tweede raam stoot ik mijn teen tegen het bedrand. Ik vloek binnensmonds en erger me aan het feit dat ik zo onhandig en lomp ben. Voorzichtig trek ik het gordijn open en zie een man aan de poort staan. Hij lijkt zich niet te bewegen en kijkt strak mijn richting uit. Ik heb het benauwd en voel me begluurd. Wat doet een totaal onbekende man nu om vier uur ’s morgens aan iemands poort?. De poort zelf mag dan wel gesloten zijn toch lopen rillingen langs mijn rug terwijl ik naar beneden ren. Niet dat ik me daar perse veiliger voel, maar ik heb daar een beter zicht op de tuin. Lichten steek ik niet aan, ik heb geen zin om duidelijk te maken aan een wildvreemde man waar ik me in mijn eigen huis situeer. Ik neem mijn gsm in de hand en druk het nummer van de lokale politie. De kiestoon gaat over en met de telefoon stevig in de hand schuif ik voorzichtig het gordijn opnieuw weg. Tot mijn verbazing is de man verdwenen. Vlug onderbreek ik het telefoontje. Stel dat ik antwoord krijg van de politie. Wat kan ik hen dan vertellen dat hier een wildvreemde man stond die opeens verdween?

Heb ik nu alles gedroomd? Ik plof me in de zetel en tuur naar het uurwerkje van de dvd-speler. Deze toont tien voor vijf aan. Ik laat mijn hoofd achteruit vallen en slaak een diepe zucht. Na veel moeite sta ik op en slenter terug naar de gang.

Met de klink van de deur nog in de hand zie ik door het gevlamde raam van de voordeur een silhouet staan. Mijn hart gaat als een razende tekeer en ik houd mijn hoofd wat schuin om beter te zien. Opeens beweegt het silhouet zich achteruit om dan met een luide plof tegen mijn voordeur aan te smakken. Ik begin luid te gillen en sluit de gangdeur. Terug in de woonkamer snel ik naar de zetel terug, waar mijn gsm nog ligt. Op de achtergrond hoor ik het gebeuk verder gaan en ik begin te panikeren. Ik toets opnieuw het nummer van de politie in en houdt me zo klein mogelijk tussen de zetel en de kast. De kiestoon gaat over en blijft ook gewoon overgaan. Hoe is zoiets nu mogelijk?. Geen antwoord? Het gebeuk houdt op, gespannen blijf ik luisteren.

Lawaai horen is één iets, maar totaal niets meer horen is even erg. De onzekerheid de je beklemd is gigantisch. Ik leun even vooruit om de gangdeur te zien. Niets. Ik probeer opnieuw het nummer van de politie. Opnieuw die vervelende kiestoon zonder enig antwoord. Ik vloek even binnensmonds.

Sluipend naar de gangdeur probeer ik zo weinig mogelijk lawaai te maken. Lichtinval door het sleutelgat laat me de voordeur zien. Ik moet boven zien te raken. Via de badkamer kan ik op het dak en daar kan ik misschien ontsnappen. De voordeur is lelijk toegetakeld, maar het staat er nog. Ik open de gangdeur die knarsend en piepend meegeeft en sluip met mijn rug tegen de muur voorzichtig naar de trap. Op een gegeven ogenblik wordt de voordeur geramd en valt hij gewoon de gang binnen, met de waanzinnige man erbovenop. Ik begin opnieuw te gillen en spoed me naar de trap. Met een onnatuurlijke snelheid komt de man overeind en grijpt mijn enkel vast. Hij hapt naar me!! Hij probeert gewoon een stuk uit mijn been te happen!!

Met een fikse trap kan ik hem wegduwen en ren verder naar boven de badkamer in. Het gestommel op de trap laat me weten dat mijn belager ook nadert en ik probeer onhandig bevend de deur te sluiten. Het slot klikt, net op tijd want ook hier begint de dolle man te beuken. Ik kan hier niet blijven, de deur is niet stevig genoeg. Het plan die ik daarnet maakte om door het raam te kruipen blijkt nu de ideale vluchtroute. Ik open het raam en kom zo op mijn keukendak terecht, ik klim mijn weg naar boven. Dageraad begint zich een weg te banen door duisternis en dat is goed. Zo kan zeker een voorbijganger mij zien zitten op het dak en de politie bellen. Of ik ga hard beginnen roepen tot zeker iemand mij hoort.

Het dak is glad van de regen en ik moet oppassen dat ik niet uitglijd, het gekraak van de badkamerdeur laat me echter weten dat deze geen minuut meer houdt! Ik moet voortmaken en dan, wat ik dan te zien krijg wanneer ik het hoogste punt van het dak heb bereikt is hallucinant. Dikke rookpluimen sieren te horizon en overal lopen mensen. De chaos die zichtbaar wordt, is zo ver dat mijn oog reiken kan. Mensen worden achtervolgd, opgejaagd door anderen. Een groepje van die bleke snuiters loopt achter een gillende vrouw aan, tot ze struikelt en haar gegil langzaam wegsterft. Ik begrijp er niets van en angst maakt zich van mij meester. Een luide bonk laat me weten dat nu ook de badkamer niet meer veilig is.

Het begint opnieuw te regenen en mijn pyjama wordt langzamerhand doorweekt, ik krijg het koud. Met mijn gsm nog steeds in de hand kijk ik verweesd hoe de man het dak opklimt…

Nathalie Vilain.

.