De vonkenregen

je smeult
kringelt rook
in speelse vormen

ik blaas zacht
jouw vuur iets aan
je knispert en vonkt rood

ontvlamt daarna
in feller branden
schroeit bijna mijn handen

weer laai je op
tussen grijze as
verdrijft de koude nacht

nog is de vonkenregen
in je ogen niet geblust
als je lach mij plagend kust