De tap van ongeduld

ik proef gaten
in gebakken lucht
mensen praten niet
maar kwaken elkaar
de decibellen terug

het onverstaanbaar koor
schuift door naar waar
leeghoofdigheid de
magen rap vult aan
de tap van ongeduld

verhitte koppen
dichter bij elkaar in
alcoholische gezelligheid
vuisten op tafel als het mes
niet van twee kanten snijdt

de kroeg is troef
in het kaartspel van
armzaligen en lozers
in helder buiten kotsen zij hun
spiegelbeeld weer op de ruiten