De olijftak

ik ben alle
staties afgegaan
stil gestaan op
zijn lijdenspad
met in mijn hand
nog de olijftak
uit gethsemane

na de zegetocht
langs palmen en
juichende mensen
zitten zij nu aan het
laatste avondmaal
in saamhorigheid
naast angst en wensen

hij is veroordeeld
draagt zijn kruis
en doornenkroon
langs de hoon van
hen die hem verachten
om zijn liefde en geloof
zijn dood verwachten

in de stilte
van het graf hebben
vrouwen hem gewassen
op witte kleden gelegd
onzekerheid rolt stenen
die zijn rustplaats sluiten
zoals ooit is voorzegd

hij is opgestaan
op de zondagmorgen
met liefde en hoop naar
de volgelingen gegaan
door zijn verschijnen
zullen zij het woord
wereldwijd verspreiden