De nalatenschap

ik was het lamplicht kwijt
vage contouren bewogen
waar zij dit niet zouden mogen

stilte werd onderbroken
door geritsel en geschraap uit stukken
die hier al eeuwenlang werden bewaard

jaren verstoften in lucht
die onaangekondigd uit zijn
tijdloze winterslaap was gevlucht

ik wist de poppen op schappen
hun kleding een ruïne van verkleurde lappen
heb nooit geweten van de veelvraat van ratten

zij werden gestoord in eigen oord
waar ze nestelden in poppenmoedersarmen
die in koude nachten hun kroost konden warmen

dit is de nalatenschap bereikbaar
via een zelden bestegen hoogbejaarde trap
of wij hem aanvaarden hangt van de ratten af