De laatste waan

het windgedicht
over mijn vrind
stormt ook een
menselijk gezicht

ik dacht dat hij speelde
wat vlaagde en de
tijd vertraagde in
de luwte van toen

had met hem te doen
omdat hij zich
stuurloos liet gaan
duikend in de laatste waan

wilde de wereld zien
zijn krachten meten
zonder ankers en
limieten alles vergeten

liet zijn macht tot
orkaankracht vieren
maar verzoop in
gezwollen rivieren

kon hem niet bedaren tot zijn
stormpsychose was uitgewoed
platgespoten zond hij mij
een vrijwel windstille groet