de hof van toen

eieren gingen aan struif geel tegen de muur
witvis uit de sloot bakten we op sprokkelhout en proefden we
weggekropen onder de rabarber

rood van kroten werden we
oranje van wortelcaroteen en we braken komkommers open
en slurpten meloenen leeg

miss blanche lachte lief naar roy rogers in het nachthutje
achterin de komkommerhof en daar toverde grote gerrit uit zijn colbert
de kronkelende slang van mozes

en nog zie ik vader rondgaan
zie ik hem bukken wieden met zo’n zwarte alpinopet
die rook naar de weduwe van nelle

avondkoelte
vader doorwandelt de hof
en zwijgt