De hemel was leeg

het voelde bevrijdend
en als zoete pijn
om eindelijk
onder gelijken te zijn
de hemel was leeg

toch gevuld met ons allen
geen opzien meer naar
of voortdurend aanbidden
nooit meer het kijk
en licht jaloers vergelijk

in het stralende licht
vibreerden wij samen
namen deel aan het eeuwig
geheel waar wij zonder
naam naadloos in pasten