Als heersende vrouw

ik reik je met liefde dit speciale tapijt
jij vlijt je neer op het paradijs van weleer
samen ontvluchten we de groene oase
het brandend zand van de woestijn zal
ons met zijn thermiek naar de hemel dragen

onder ons bergen en de oude stad
waar het eonen geleden goed toeven was
beelden met mannen op de achtergrond
vrouwen met scherpe neuzen en dunne mond
de ogen pathetisch speurend in het rond

hun heerszucht deed bloemen verwelken
zelfs de zo statige aronskelken verlepten snel
want hun woorden waren wet in het matriarchaat
dat als een onneembare enclave in het midden
van de mannenmoslimwereld was neergelegd

ik heb jou afgezet om de stad vruchtbaar te maken
weer te bevolken met leven maar niet zoals
in de mannelijke exegese van de koran met een
partner als tweederangs na de man maar als
heersende vrouw hoedster van gelijkheid en trouw