De gluurbuur

Joop L. liep de trap op naar de vierde verdieping, daar was zijn appartement.
Bij de derde laag keek hij naar de deur van de beneden buurvrouw. De kriebel kwam onder in zijn buik opzetten. Hij had een speciaal gevoel voor haar, hij wist ook niet precies waarom.
Joop wilde wel altijd bij haar zijn. Maar ja, dat kon natuurlijk niet. Er liep vaak een mannelijk persoon door het appartement van de beneden buurvrouw.
Toen hij langs liep ging de deur niet open, en de buurvrouw was ook nergens te bekennen. Hij hoorde ook verder niets. Ze was vast weg, boodschappen doen of zo.
Hij vond het altijd aangenaam om haar tegen te komen op de trap. Dan zei hij altijd: "Hoi buuf", want hij wilde een amicale indruk maken. De buurvrouw knikte dan altijd vriendelijk en soms zei ze goedendag of hallo. Dan kon zijn dag niet meer stuk.
Joop versnelde zijn pas en ging de trap verder op naar de vierde verdieping. Hij opende zijn huisdeur en liep zijn appartement binnen.
Het zag er nogal kaal uit: een wit bed midden in de woonkamer, een wit peertje hing aan het plafond precies boven het bed, en ernaast een stoel. Ook al helemaal in het wit.
Hij volgde altijd een bepaald ritueel: eerst de computer aanzetten en daarna kijken of buiten alles goed vastzat. Het duurde altijd even voordat de computer was opgestart. Het was zo'n oud beestje, maar hij werkte nog wel goed, alleen wat trager. Maar dat vond hij nooit zo erg. De wereld ging al snel genoeg. Hij had meer tijd nodig om dingen te verwerken. Ok, hij was wat trager dan andere mensen maar dat maakte hem toch niet minder waard.
Hij opende de deur naar het balkon en trok een deken langs het balkonhek omhoog. Hij voelde of de webcam nog goed vastzat aan het eind van de deken. Hij controleerde of de camera nog met het touw strak vastgeknoopt zat. Toen hij zag dat de webcam stevig hing, liet hij de deken weer voorzichtig zakken.
De beneden buuf was toch weg, dus die zou in ieder geval helemaal niets merken.
Hij ging weer naar binnen en nam plaats achter de computer. Inmiddels was het beeld van de webcam al zichtbaar op het computerscherm. Hij zag de kamer van buuf. Op zich vond hij het bekijken van de benedenkamer al spannend genoeg.
Hij zoomde wat in en wat uit. Hij zag twee wijnglazen met een fles wijn staan op de salontafel. Verdomme, dacht hij, heeft ze wijn zitten drinken met die kerel. Wat moet die verrekte kerel hier? Buuf is van mij, hoor. Laat die vent toch opzouten, anders moet ik ingrijpen, dacht hij.
Het duurde nogal maar uiteindelijk kwam de beneden buurvrouw binnen lopen in haar appartement. Hij zag haar de huisdeur achter zich dichttrekken. Ze liep naar het dressoir en legde de sleutels er op. Een tijdje liep ze door het appartement en Joop kon niet altijd precies goed zien wat ze deed.
Op een gegeven moment kwam ze richting balkon en hij kon haar gezicht steeds beter zien. Aan de uitdrukking op haar gezicht was te zien dat ze van iets was geschrokken. Hij wist niet waarvan. Hij zoomde gauw in en uit maar hij kon verder niets ontdekken.
Ze liep naar de telefoon en pakte de hoorn op. Misschien was ze geschrokken, dat ze was vergeten om iemand te bellen. Dat moest het wel zijn. Hij kon niet gauw wat anders verzinnen.

Plotseling werd er hard op zijn huisdeur gebeukt, en een paar politie-agenten met helmen op braken zijn deur open. Joop schrok zich kapot. Hij werd tegen de grond gedrukt en zijn handen werden op zijn rug geboeid.
Hij werd in een politiebus afgevoerd. Toen hij achter in het busje zat moest hij denken aan de situatie en vooral aan zijn aardige beneden buurvrouw.
Joop had altijd gedacht dat buuf hem aardig vond. Nou, dat viel tegen.

(powered by een echt artikel in de krant)