De glibberige ontglipt

De superslanke vrouw zat een lange straf uit. Acht jaar moest ze brommen.
Hennie had zich het afgelopen jaar zo voorbeeldig gedragen, dat ze mocht helpen in keuken van de vrouwenafdeling. Ze gedroeg zich altijd keurig, ze was uitermate vriendelijk en was altijd op tijd. Voorbeeldig, zou je denken.
Niemand had in de gaten wat Hennie werkelijk van plan was.

Op een dag stond een kersverse bewaker bij het hek van de buitenruimte waar de gevangenen gelucht werden.
“He, Jan, kijk eens. Gisteren heb ik op deze plek ook al geveegd”, zei Joop. “En eergisteren ook. Hier, bij het hek. Moet je zien.”
De ervaren bewaker Jan liep naar het hek toe. Hij mopperde wat van zich af: “Ach joh, een beetje zand. Er zal wel weer veel Saharazand in de lucht zitten.”
“Nou, Jan, ik vind het wel raar dat hier iedere dag opnieuw een heuveltje geel zand ligt”, bleef de jonge bewaker volhouden.
“Maak je niet zo druk, joh. Veeg het maar goed weg, dan valt het niemand op. Ik heb nu geen zin in formulieren invullen.” zei de ander.
“Ok, als jij het zegt. Jij hebt de ervaring hier.” zei de jonge bewaker en veegde het zand weg bij het hek.
Samen liepen ze daarna tevreden naar het gevangenisgebouw.

Hennie wist dat het vannacht moest gebeuren. Ze keek naar buiten en constateerde dat het voldoende donker was geworden om haar plan definitief af te maken.
Een bewaker kwam de keuken binnen.
“Dames, alles afmaken en weer terug naar jullie cel.” commandeerde hij.
Maar Hennie hoefde nog niet terug. Zij had meer privileges en mocht de keuken verder afmaken en alles afsluiten.
Toen iedereen de keuken uit was, sloot ze inderdaad de deur af. Maar dan vanaf de binnenkant.
Nu moest ze haast maken. Hennie deed de eetlepel, een paar waxinelichtjes en wat eten in haar broekzak, zoals ze dat de afgelopen maanden iedere avond had gedaan.
Ze kroop onder de wasbak en haalde het stalen rooster van de luchtafvoer. Ze wurmde zich naar binnen en deed het rooster weer terug op zijn plaats. Ze zat in de tunnel die ze zelf gegraven had.
Hennie pakte de eetlepel uit haar broekzak en legde deze voor zich neer. Ze stak een waxinelichtje aan.
Daarna begon ze in het zand te scheppen. Iedere schep met zand gooide ze nu achter zich neer. De dagen hiervoor had ze dit zand uit de tunnel in haar broekzakken gestopt. Dan was ze naar het hek gelopen en daar had ze onopvallend het gelige zand laten vallen.
Ze wist dat het nog maar een klein stukje was. Urenlang was ze al scheppend bezig geweest.
Ze groef zich langzaam omhoog.
Uiteindelijk tikte ze met de eetlepel tegen iets hards. Ze begon helemaal te gloeien. Zou het dan toch lukken? Ze wist dat het moest kunnen. Ze had Prison Break in de gevangenis op tv gezien, en die serie had haar op het idee gebracht.
Snel schepte ze door, en ze lichtte bij met het waxinelichtje. Nu zag ze dat de lepel de onderkant van een stoeptegel had geraakt. Ze schepte nog sneller. Nu moest ze doorzetten, het zou haar lukken.
“Kom op Hennie, nou niet opgeven, doorgaan”, zei ze in zichzelf.
Toen al het zand onder de stoeptegel was weg geschept, probeerde ze de tegel naar boven te duwen. Het ging moeizaam. Ze tilde een kant van de tegel omhoog en keek door de ontstane kier. Het was donker buiten en gelukkig was er niemand te zien op straat.
Ze keek op haar horloge, vier uur ’s nachts. Iedereen sliep nu wel. Het moest nu gebeuren. Ze duwde de stoeptegel helemaal omhoog en kroop door het gat naar buiten.
Hennie legde de stoeptegel weer op de juiste plek. Ze ging staan, veegde het zand van haar kleren en liep triomfantelijk de donkere nacht in met een glibberige glimlach.
Een prachtige uitbraak, een klassieke ontsnapping.

(Zie voor andere Kreukels [http://www.frommels.nl])