De democratie is dood!

De eerste vorm van democratie begint 500 jaar voor Christus in het klassieke Athene. Democratie betekent letterlijk (uit het Grieks) ‘demos’=volk en cratie komt van ‘kratia’= heerschappij. Democratie betekent dus eigenlijk: ‘het volk regeert’. In een democratie neemt het volk uiteindelijk de beslissingen. In veel westerse landen waar een vorm van democratie aanwezig is, is de kloof tussen de politici en de regerende macht en het volk veel te groot geworden. De burgers voelen zich nog nauwelijks vertegenwoordigd, laat staan dat ze voelen dat zij regeren.

Waar komt de eerste vorm van democratie eigenlijk vandaan? Uit het Griekse Athene.
In het klassieke Athene was de democratie alleen heel anders georganiseerd dan tegenwoordig in Nederland en tal van andere landen.
Athene was een stadstaat (polis) en er woonden ong. 350.000 mensen. Een deel van de bevolking, (de burgers) namelijk 15% van de inwoners, had burgerrechten, en kon politiek daardoor actief zijn en had stemrecht.
Besluiten werden in volksvergaderingen – alleen burgers mochten hieraan deelnemen – genomen als minstens 6000 mensen aanwezig waren. De vergadering werd dan als representatief voor de bevolking beschouwd. Feitelijk kwam het er op neer dat 6000 van de 52.500 burgers aanwezig moesten zijn (iets meer dan 10 %).
Iedereen had hier in principe spreektijd, alleen werd meestal alleen door de demagogen (een klein aantal welbespraakte burgers) gesproken en standpunten toegelicht en verdedigd.
Over het algemeen werd stemming gehouden door handophouding, en in speciale gevallen (zoals wetgeving) was de stemming geheim.
De volksvergaderingen werden door een raad voorbereid. De raad bestond uit 500 leden die via loting werden aangewezen, voor de duur van één jaar. Deze leden moesten minstens 30 jaar oud zijn.
Het echte permanente bestuur werd elk tiende deel van een jaar gevormd door vijftig personen uit deze raad.
Dit bestuur riep raadsvergaderingen en volksvergaderingen bijeen.

Alle democratische systemen die nu nog bestaan zijn vooral gebaseerd op het beginsel van vertegenwoordiging. Er is geen land ter wereld dat wordt bestuurd volgens de principes van directe democratie, waarbij het volk keer op keer zelf besluiten neemt over zaken van algemeen belang. Is dit niet de reden dat de democratie niet meer goed functioneert?

Neem de Nederlandse situatie eens. Vergelijk dit eens met onze parlementaire democratie. We hebben de uitvoerende macht (de regering) en de Tweede Kamer als vertegenwoordiging van het volk.
Maar dat is slechts een zeer indirecte vertegenwoordiging. In Nederland stem je als burger eens per vier jaar op een kandidaat uit een partij (via het bekende stembiljet). Uiteindelijk bepaalt de partij zelf wie er op de lijst van deelnemers in de Tweede Kamer zitting nemen. Dus eigenlijk kies je een partijstem-persoon. Sterker nog, als mensen die in de Tweede Kamer zitten, zelf besluiten om zich af te scheiden van een partij, dan mogen ze zelfstandig doorgaan (neem de bekende voorbeelden van Wilders en Verdonk, beiden uit de VVD gezet). Dan is de vertegenwoordiging zelfs helemaal weg.
Je denkt dat je op een partij stemt met het gedachtegoed van een politieke partij, maar de persoon stapt uit de partij (of wordt eruit gezet), gaat als eenmansfractie zelfstandig door, – zonder partijprogramma!! -.
Het effect hiervan is dat de oorspronkelijke partij kleiner wordt, dus minder macht voor de kiezer, en je krijgt een enorme versplintering van partijen waardoor bestuurbaarheid lastig wordt. Diversiteit is nobel maar versplintering is dodelijk.

Deze Tweede Kamer vertegenwoordigt de bevolking, neemt wetten aan en controleert de regering. De Eerste Kamer, de senaat, heeft wat minder taken en bevoegdheden. In Nederland wordt de senaat niet rechtstreeks door de bevolking gekozen, maar bijvoorbeeld door regionale vertegenwoordigers.

Vaak worden de volgende argumenten aangevoerd waarom directe vertegenwoordiging niet meer mogelijk zou zijn.
Het grondgebied en de bevolking van landen zijn veel te groot om iedereen voortdurend bij elkaar te roepen voor het nemen van belangrijke politieke beslissingen. Dat zou teveel tijd, energie en geld kosten. En op zo’n volksvergadering zou het simpelweg onmogelijk zijn om zelfs maar een klein deel van de aanwezigen spreektijd te geven.
De vraag is natuurlijk: zijn deze argumenten wel valide? Of is deze vorm van democratie eigenlijk dood (lees: uitgewerkt) en moeten we naar een nieuwe vorm?

Ten eerste stamt ons huidige bestel uit ongeveer 1800. Toen was paard en wagen de snelheid van berichtgeving, dus het communiceren van een besluit of het indienen van een verzoek of klacht, kon soms wel 2 a 3 dagen duren. Tegenwoordig zijn er natuurlijk veel snellere communicatiemogelijkheden beschikbaar, zoals telefoon en internet. De maatschappij was sterk confessioneel en lokaal/regionaal ingericht. De politieke partijen hadden een sterke confessionele achtergrond en verankering. Tegenwoordig is deze confessionele verankering – deze is bij een aantal partijen nog sterk verankerd – in de maatschappij veel losser of zelfs gedeeltelijk verdwenen. Bovendien is de oriëntatie meer ‘think global and act local’, mensen denken steeds meer vanuit een landelijk, Europees of zelfs globaal perspectief.

Ten tweede is Nederland niet zo groot dat de burgers niet bij elkaar geroepen zouden kunnen worden. Als je Nederland vergelijkt met een aantal grote wereldsteden, dan is Nederland met zijn 17 miljoen inwoners slechts een grote stad met grote parken er tussen. Verder bestaan er tegenwoordig ook methoden en technieken om hele grote groepen mensen wel degelijk spreektijd te geven. En dan natuurlijk niet op de klassieke manier, in een ruimte en om en om laten spreken. Maar middels technische hulpmiddelen is het geven van spreektijd wel degelijk mogelijk. Het oude Romeinse forum is al jaren terug op het internet. Iedereen kan zien waar de discussie over gaat en kan hierop invloed uitoefenen.
De debatten in de Tweede Kamer gaat nog precies zoals dat in 1800 ging. Iedereen mag wat zeggen, achter elkaar, dus dat duurt uren, zo niet dagen om een onderwerp te bespreken. Het feit dat we bij de gemeenteraadsverkiezingen weer met papier en potlood moesten stemmen geeft aan dat we enorme stappen teruggezet hebben in de tijd. Nog even los van al het gekrakeel over de stemuitslag zoals in Rotterdam. Onze democratie bevindt zich nog in 1800.

Ten derde wordt er in veel organisaties gewerkt met wisselend voorzitterschap van vergaderingen. Dat deden de Grieken ook al met wisselende deelnemers in de raad. Zelfs op Europees niveau gebeurt dat nu ook al maar in de Nederlandse politiek gebeurt dat niet. Waarom zouden we niet iedere maand een ander bestuur kunnen hebben, bestaande uit een loting van alle (bestuurlijke) politici? Dan worden preferente onderwerpen van deze mensen op de agenda gezet. Dan komen alle individuele gewenste onderwerpen aan bod, en niet alleen wat de regering of de zittende macht wil.

Ten vierde is de partij-machtsblok politiek natuurlijk ook dodelijk voor de nuance in het debat. De PdvA vindt dit, en de VVD vindt dat. Het kan toch niet waar zijn dat alle 2e Kamerleden van een partij hetzelfde vinden als de partijvoorzitter of -leider? En als je uitkomt voor je eigen mening op basis van je eigen inzicht, dan wordt je op een dwaalspoor gezet in de partij. Nuance van het debat en verscheidenheid aan meningen en inzichten is de kracht van een moderne democratie.

En zo zijn er nog veel meer argumenten te bedenken, waarmee de argumenten van ‘het is tegenwoordig onmogelijk om een directe democratie te hebben’ van tafel zijn te vegen. Of althans zeker een heroverweging is hier op zijn plaats.
Als we de burger en de politiek dichter bij elkaar willen brengen, dan moet er een fundamentele hervorming komen van onze huidige ‘parlementaire democratie gebaseerd op indirecte vertegenwoordiging en partijblokken’.

Onze huidige vorm van democatie is dood!

Zie ook [http://www.frommels.nl]