de decadente dood van de eeuwigheid

-—- deel I het museum

strekkende laag

over laag gesmeerd
stroperig op weg naar

god weet waar

terug naar de baar
vader misschien
ruimte is breedgeschouderd dus

mannelijk

waarom heeft de vrouw dan
geen ruimteschepen gebouwd
om hem te penetreren?

terzijde, terzijde

sprak god 1 toen hij begon met 0
en zal eindigen met 0
al die moeite voor het al
was het alles of niets of

een tijdverdrijvend tijdverdrijf

terugbuiging bespant
afnemende duurzaamheid
het uurwerk Tijd biedt ruimte
aan een dansmarathon hal
waaruit de furie langzaam weglekt

nieuwzflitzz: kosmos vervroegt sluitingstijd

met quasarpulzen modulaties
als muziek en zonder feromonen kan
er geen passie zijn
zonder armen zonder benen
zonder primitieve blikken
geen tango

heelal; zijn naam

was Eeuwig
zijn pretenties niet gering
een temperament
van miljoenen graden celsius
tot het absolute nulpunt
zijn koppigheid volhardt
lichtjaren

koolstof doolde niet voor lang

stak poten handen tentakels
en psi uit de mouwen voor
kartelvormende zonnestelsels
in een spinnenweb van bruggen
en wormkronkelende tunnels
afstanden bespot
veroudering bespuwd
limieten geslagen

futurale wijsheid: perfectie is stasis

van de kweekvijver basis
tot pretpark via spookhuis
naar een eindeloos en permanent
museum
voor hen die steriel
nazomeren zolang
het duurt
kijk
vroeger

-toeristen zijn van alle tijden-

deden ze dat met
zoiets
ogen ha
hoe verzonnen ze het
de curator knikt en schenkt
ons zijn animatronische lach
een Exellente, ouderwets in zijn neo-nudisme
knippert met zijn radiale ribben en informeert
ons over de expositie van het mythische
beest de

Mensch

leest
u mijn synapsen, het twee
benig zoogdier werd opgeborgen
onder de fiberzoden in de tussenweefsels
van de onderruimte
de belangstelling taande
zoals voor alles
oh
ah? ach
ja het was ook maar zo’n korte periode

dames, heren en ieder tussenin

voor de Aldebaraanse heliumpotvis
rechtsaf met
de Einsteinlijn naar
niveau Zoölogie 12 de
Stertempel Imperia
Midden- tot Laat Gigalactisch
hoe laat?
vijf eeuwen voor
het museum voorgoed sluit snel
nog even naar het

intieme meta-zaaltje

hier spectraalt u
de geschiedenis van de Tijd toen
cijferreeksen het domino nog niet
van kalenders had verdrongen
later schafte men het anno
ook maar af
leven in het verleden! had men toen
echt niets beters
te doen?

en dit; 'de waaier van Evadam'?

een boeck; By-Bûl
uit de Knoxfort-zone, die
sector bestaat niet meer
u heeft een gestalt-vraag? ja
bezigt men nog ergens Ye Olde Angelsaxx
als zelfs het Novotelepathaans
sinds de Andromeda crash
in onbruik is geraakt?

het schijnt; de Grote Restaurateur zegt nog wel eens Shit

omdat de naden van het Al sneller losraken
dan hij ze kan dichtfucken
linksaf
achter de zojuist gerestaureerde
gasreus, pas op er ligt wat ruimtepuin voor de entree
van het restaurant In de Witte Dwerg
zijn we er allemaal

of wat er nog rest

van de levensvorm op z’n uiteindelijke best
heft het glas
op de ultieme verveling
ons aller evolutionaire einddoel
drinkt op het eon
van de moleculaire stress

deze wijndruif is geteeld op de helling van een zwart gat

fruitiger dan de neurale cantinamuzak
geassimileerd uit de knal
drietiende seconden na Bhurp
mooi, maar curator heeft u
niets van voor die tijd

begin- en eindgruis neutraliseren ruis

sist er nog iets
is er nog wat
DNA over
ergens

rillen zweten eten ejaculeren excremeren

herinneringen verloren
in etherus, niet langer
voor te stellen

van basaal stom naar semi-ontwikkeld naar saturaat-intelligent naar

totale overload

-—- deel II het grand café

ver strekt

dijend, wijdend, het licht vertrekt
achter de kromtrekkende horizon

tik
takt de tijd
op de laatste vonken

uit de grote batterij
het gras van een ander is al eonen
niet langer groen
gammaverzadigd

ligt leven
van brons tot verzinkte ionen
op steeds kouder wordende zonnewinden
bewegen was al niet meer zo bon ton
ademhalen ordi

na de hete volwassenheid van de sterrenbrede
dynastieën de ijskinderen in hun verstarde communes
verwend tot de hoogste graad
we blieven geen toekomst
schouwen liever in ravijnen van het donkerste donker
recht in flakkeringen van toekomstige verledens

zo oud
dat ze betwijfeld moeten worden
waar bestaan we nog uit
spirituele vingers
ineen gehaakt losgegleden
we drijven zacht knetterend
uit elkaar

ze zeggen
dat de kathedraalbrug over het Lege Rif is ingestort
het wordt frisser, vindt u niet
de laatste wrijving
geeft slechts dode warmte
zie,
de melkweg van de buren
gisteren een baarmoederrode streep

nu niet eens meer een beenderwitte stip

,,©2005kleinerevisie nr zoveel2009dedeurs