De Colporteur (opdracht 2)
maxernst.jpg

Schilderij: Max Ernst

Zeven vingers aan een hand
Een hand die eigenlijk een voet is
Van zijn metgezel, de wreedheid.

En aan de horizon rookt brand
Daar staan de huizen in een bos te vlammen
Harten bang en handen koud

Nadat het beest hen haastig heeft
Verlaten. Met armen van wapperende vlaggen
Om zijn triomf te vieren

Wiens hoofd een schedel van de koppen heeft
Gestolen. Wiens kleren fladderen
Rondom een lijf van lappen

Is dit een voddenman? Zo onbegrijpelijk
Verdeeld, doet hij mij denken
Aan een colporteur. Zijn naam kan ik
Slechtst zonder klanken overwegen
In een duin, hij draagt het lichaam in een kleed

Dat is het blauw waarin de dood begonnen
Is te liggen toen de avond nog zo pril was
En het speelde, ergens op de sterren van een stad

De ogen dun als spleten, zagen plaatjes
Niemand wist dat hij was meegegaan
En achterop de fiets gezeten
Heel even maar, om zich te schikken
Voel ik het avondrood nog in zijn ogen prikken

Opdracht 2 Andreas Blender