Dan wenken zij

waar ik loop
wandelen schaduwen
mij rustig voorbij

zij zijn niet van mij
maar passeren zonder
ooit terug te keren

verdwijnen uit zicht
in het gaan en toch komt
altijd de volgende eraan

hun lichtbron heb ik
nooit kunnen traceren
in een frequent proberen

vorm en lengte
verschillen soms wenken zij
alsof ze iets van mij willen

dan versnel ik mijn stap
met hen op de hielen
loopt mijn waan in de pas