Crisis

We zijn een dagje naar Brabant geweest. We hebben er een fietsstoeltje opgehaald en pannenkoeken gegeten op een schip in de Waal. Op de terugweg gaan we even langs bij mijn oude moeder in Rotterdam. Ik heb haar niet van tevoren gebeld. Jullie wonen allemaal zover weg, dat er nooit es iemand onverwacht een kopje koffie komt drinken, zei ze laatst. Dat is waar, dacht ik, ik bel altijd even. Nu komen we onaangekondigd. Nadat ik de auto geparkeerd heb, zie ik haar achter het raam druk in weer met de plantjes. Ik pak mijn telefoon, bel haar nummer en zie haar opkijken en naar de telefoon lopen.
– O, jullie zijn er al, ik doe even open, zegt ze verrast, als ze ziet dat we al voor het raam staan.
– Ik ben zo benieuwd naar mijn kleindochter, zegt ze als we binnen komen, wat is het toch een lief schatje. Haar gezicht straalt.
Even later zitten we aan tafel. Ik heb haring en makreel meegenomen, omdat ze dat zo lekker vindt en het niet gauw voor zichzelf zal kopen. Ze peuzelt er met zichtbaar genoegen van. Met haar 92 jaar leeft ze nog altijd even sober als vroeger.
We nemen het nieuws door. De economische crisis baart haar grote zorgen.
– Maak jij ook nog kans om ontslagen te worden? vraagt ze, terwijl ze mij door haar leesglaasjes onderzoekend aankijkt en ondertussen mijn kleren inspecteert – of ik er wel netjes genoeg uitzie.
– Nou, wij krijgen het eerlijk gezegd alleen maar drukker, zeg ik, als mensen ontslagen worden en geen werk meer vinden, komen ze uiteindelijk toch bij ons terecht. De situatie begint inmiddels wel behoorlijk urgent te worden.
Een zweem van opluchting glijdt nu over mijn moeders gezicht. Dat je het steeds drukker krijgt op je werk beschouwt zij in deze onzekere tijden als buitengewoon goed nieuws.
– Ja, zegt ze dan peinzend, de mensen worden steeds angstiger. Wees maar blij dat je daar werkt, dan kun je misschien nog iets voor ze doen, besluit ze dan het onderwerp, terwijl ze met mes en vork behoedzaam een stukje makreel van de graat haalt.

Ate Vegter