Bij "The danish poet", over wetmatigheden en toeval

Toevalligheden, of wetmatigheden?

Om maar eens met het begin te beginnen, en met een citaat van Helmut Krausser uit zijn nieuwe roman Eros: Mijn ouders waren met van alles bezig op het moment dat ze mij schiepen, maar niet met de gedachte dat ze mij tóén, op dat moment aan het concipiëren waren.

Toevalligheid, of wetmatigheid? Ik neig naar het laatste, want van de eicel mag er dan één zijn, de zaadcellen hebben nog wat uit te vechten.
Was het toeval dat ik ontstond? Of zit er een groter plan achter? Hoewel het aantrekkelijk is voor het laatste te gaan, ben ik me er maar al te bewust van dat mijn “zijn” hier op aarde volkomen toevallig is. Als de aarde niet door een komeet was getroffen, de dinosauriërs niet waren uitgestorven, als mijn moeder een paar grótere hobbels méér in de bus waarin ze zat om mij kwijt te raken was tegen gekomen, als ze, in een tweede poging een iets hogere dosis slaapmiddelen met alcohol had genuttigd, tsja, dan was de munt op de andere kant terecht gekomen en zat ik dit hier nu niet te schrijven. Nu slechts schrijf ik het met negen-en-een-halve-vingers en wat andere onvolkomenheden die niemand ziet hier. Toeval? Ja, waarschijnlijk wel. God dobbelt als een gek, hij is een pure gokverslaafde. Maar toeval dat voldoet aan één wetmatigheid: Leven, en de patronen erachter, doodt je niet zo gemakkelijk.

Welke toevalligheden hebben mijn leven bepaald? Een vreemde schrijfopdracht, en het antwoord heb ik al gegeven: Geen.
Het is des mensen om aan alles, achter alles een hoger plan te zoeken, een voor-bestemdheid. Omdat zij het zich zo slecht voor kunnen stellen dat de dingen gebeuren, plaatsvinden, zich ontwikkelen, omdát ze gebeuren, plaatsvinden, zich ontwikkelen. Wat iets heel anders is dan dat ze toevallig gebeuren.

Het filmpje: De dichter op zoek naar inspiratie, gaat op reis naar één zijner grote voorbeelden, de NobelprijsWinnares der Literatuur; Help mij! Maar onderweg even afgeleid door een jonge deerne, houdt hij halt, valt in een ongelukkige want niet te beantwoorden liefde, en keert weerom, niet in de richting van datgene waarvoor hij vertrokken is, maar terug, huiswaarts!
Dit is geen toeval meer. Dit is een wetmatigheid van de bovenste plank, en dan vooral de deerne die hem het hoofd op hol brengt. Want vergeten waarvoor hij voor vertrok is in mijn ogen een doodszonde. Alsof hij ging googelen naar de betekenis van de liefde, maar onderweg in cyberspace vergat waarnaar hij op zoek was.

De toevalligheid van het praten met en luisteren naar een mij onbekend meisje waarmee ik, lang geleden, tijdens mijn werk aan de praat raakte en die me vertelde dat ze ’s ochtends altijd met lijn 4 naar haar werk ging, om dan op CS over te stappen op de trein naar Leiden, díé toevalligheid leidde tot de wetmatigheid dat ik daags daarna op de uitstap-plek van lijn 4 op CS stond, om haar nogmaals te zien, voordat het te laat was en voor eeuwig voorbij. Geen haar op mijn hoofd die dat onder de noemer toevalligheid zal scharen.

En zoals het op kleine schaal allemaal toevallig mag lijken, in een groter verband bekeken, blijken de toevalligheden aan wetmatigheden te voldoen. De vormen van een nautilus-schelp, de fractals van een sneeuwvlok, een sterrenstelsel in de uithoek van onze melkweg, allemaal voldoen ze aan één grote wetmatigheid, door ons niet te doorgronden.

Ik neem aan dat de lezer intussen begrijpt dat ik op geen enkele wijze kan voldoen aan de schrijfopdracht: Er hebben zich geen toevalligheden voorgedaan die leidden tot mijn schrijven alhier, van een stuk tekst dat bijna niemand leest en over een week, een maand weer volkomen vergeten zal zijn, als de blaadjes die nog vóór deze winter aan de mispel in mijn tuin hingen, maar nu vergaan, en door de kippen worden onder gewoeld.

Mijn schrijven van gedichten, en nu, het schrijven en plaatsen van dit stuk, komt voort uit de wetmatigheid van het gehoord en gezien willen worden. En het zal een wetmatigheid blijken te zijn dat naarmate internet groeit en groeit de kans dat dit gelezen wordt kleiner en kleiner raakt.

Toeval?


Mantra

Verloren zit het jochie
op z'n knieën in het lauwe zand
draait de cocon die voor hem ligt
met een stokje in de rondte. Trekt sporen

met een vragende blik in zijn ogen, verwonderd ook…

Neemt hem dan, voorzichtig in zijn hand
duwt hem in zijn oor, probeert alom
de bonte kleuren van de toekomst
van heel dichtbij te horen

14 maart 2007