Bestemming bereikt

‘Bij de volgende kruising, rechts af,’ zei de Tomtom.
Rechtsaf was een bospad, wat verscholen achter laaghangende takken. Wat verderop oogde een sympathiek hotelletje, het stond niet op de kaart. ‘U heeft uw bestemming bereikt,’ meldde de Tomtom
We reden aarzelend naar het hotel, parkeerden de auto, stapten uit en keken om ons heen. Het was allemaal wat onwerkelijk. Waar zaten we? We gingen het hotel binnen waar ons een vriendelijke vrouw tegemoet kwam. Ze zag er verzorgd en fris uit. We bleken de enige bezoekers te zijn en konden zitten waar we wilden. We kozen een tafel achterin. De vrouw bracht ons de kaart en we kozen een glas wijn en een warme maaltijd. De aardige mevrouw maakte onze tafel gereed voor de maaltijd, vertelde dat hun hotel geliefd was bij zijn bezoekers en zo heerlijk rustig gelegen was.
Na de maaltijd waren we moe en besloten te blijven slapen, ook al omdat de tarieven belachelijk laag bleken. Onze kamer was schoon en helder, het bed nodigde uit tot lang slapen en buiten deden vogels hun best de stemming erin te brengen.
De volgende morgen troffen we de vrouw beneden waar ze bezig was met stofzuigen.
‘Het is moeilijk vandaag de dag aan personeel te komen,’ verklaarde ze. ‘Dus doe ik het meeste zelf.’
‘We hebben uitstekend geslapen,’ verklaarde ik. ‘We vinden de prijzen ook alleszins redelijk.’
De vrouw moest erom lachen, boekte ons uit en zwaaide ons na. Het viel ons wel op dat we verder geen mens zagen en ook dat onze auto de enige was op het parkeerterrein.
Eenmaal op de doorgaande weg raakte ik in verwarring. De Tomtom zei dat we verkeerd gingen en eiste dat we rechtsomkeert maakte, als we onze bestemming wilde bereiken.
‘Hoe kan dat nu?’ vroeg mijn vrouw.
Daar had ik geen antwoord op, maar ik gaf gevolg aan de dringende mannenstem die steeds maar herhaalde dat ik verkeerd reed. Bijna twintig minuten nadat we waren omgekeerd kwamen we opnieuw langs de plek waar het hotel zich verborgen hield achter laaghangende takken.
‘Rij er nog eens in!’ drong mijn vrouw aan.
‘Waarom?’
‘Ik wil dat hotel nog eens zien!’
Ik haalde de schouders op en sloeg dat verborgen bospad in. Het viel me op dat er opeens meer kuilen waren en dat er grote takken lagen waar ik omzichtig omheen moest rijden. Die waren er straks niet geweest. Toen we het parkeerterrein opreden slaakte mijn vrouw een gil. Ik schrok eveneens. Wat verderop zagen we de overblijfselen van een restaurant dat zeker jaren geleden totaal was uitgebrand en waar slechts hier en daar zwartgeblakerde stompjes muur restten. We keken elkaar verbijsterd aan.
‘U heeft uw bestemming bereikt,’ sprak de Tomtom.

Cor Snijders