BESTAAN ALIENS ECHT?

EEN BIJZONDERE, INTERESSANTE CONSTERNATIE

Een realistische professor in de ruimtevaart sprak tot zijn studenten over het probleem wat de wetenschap heeft met aliens, heksen en kabouters. Hij vroeg aan een van zijn studenten om op te staan en naar voren te komen.

Professor: geloof jij in kabouters, aliens en heksen?

Student : Ja meneer.

Professor : Dus je gelooft in sprookjes en science fiction figuren?

Student : Absoluut, meneer.

Professor : Bestaan ze echt?

Student : Zeker.

Professor : Zijn ze gevaarlijk?

Student : Ja, vaak wel. Heksen kunnen toveren en aliens kunnen ons vernietigen.

Professor: Geloof jij in Sinterklaas?

Student: Jawel.

Professor: Gnomen, geloof jij in trollen, gnomen, elfen, reuzen..?

Student; Dat klopt.

Professor : een kennis van mij gelooft in God, maar er is evenmin bewijs voor dat God bestaat… wat is het verschil tussen die sprookjesfiguren en God?

(De student was stil )

Professor : Daar heb je geen antwoord op, he? Laten we eens opnieuw beginnen, jongeman. Zijn aliens groen en paars en hebben ze gele en blauwe stippels?

Student : Ja, daar ga ik wel vanuit.

Professor : Kunnen heksen echt toveren?

Student : Met een toverstafje. Die bestaan ook, toverstafjes.

Professor : Waar komen kabouters vandaan?

Student : God heeft ze gemaakt.

Professor : Dat is juist. Zeg eens, is er kwaad in deze wereld?

Student : Ja.

Professor : Kwaad is overal, niet ? En GOD heeft alles gemaakt, Correct?

Student : Ja.

Professor : Wie heeft het kwaad gecreëerd?

(Student geeft geen antwoord)

Professor : Is er ziekte? Immoraliteit? Haat? Lelijkheid? Al deze dingen bestaan in de wereld, toch?

Student : Ja, meneer.

Professor : Zeg eens, wie heeft dat allemaal geschapen?

(Student had geen antwoord)

Professor : De wetenschap zegt dat we 5 zintuigen hebben waarmee we de wereld om ons heen identificeren en waarnemen. Zeg eens . .. Heb jij ooit een kabouter van hooguit 30 centimeter hoogte met een rode puntmuts in een holle boom in zijn huisje zien zitten?

Student : Nee, meneer.

Professor : Zeg eens . .. Heb jij ooit je GOD gehoord, of aliens ontmoet, of heb je kunnen bewijzen dat heksen toverstafjes hebben die echt magische krachten bevatten? Heb je ooit een elfje gevangen en in je broekzak gestopt?

Student : Nee, meneer.

Professor : Heb jij ooit GOD gevoeld, aangeraakt, geroken of geproefd? Heb je ooit enige sensuele perceptie van GOD in welke vorm dat ook gehad?

Professor: heb je dan ooit een gesprek gevoerd met een van je aliens met gele stippen? Of heb je misschien een elfje horen zingen… een heks een boom zien wegtoveren of zoiets?

Student : Nee, meneer. Ik ben bang van niet.

Professor : Toch geloof je nog steeds in die mirakels?

Student : Ja.

Professor : Volgens empirische, testbare, aantoonbare protocol, zegt de wetenschap dat jouw mirakels niet bestaat. Wat heb je daarop te zeggen?

Student : Niets. Ik heb slechts mijn vertrouwen.

Professor : Ja, Vertrouwen . En dat is het probleem dat de wetenschap heeft…

Student : Professor, is er zoiets als warmte?

Professor : Ja.

Student : En is er zoiets als koude?

Professor : Ja.

Student : Nee, meneer. Dat is er niet.

(Het werd erg stil in de klas nu de student de vragen stelde )

Student : Professor, je kan warmte hebben, gematigde warmte, intense warmte, zelfs hitte, gloeiend heet, maar ook een heel klein beetje warmte. Maar we hebben niet zoiets als koude. Wanneer we 273 °C onder nul, het absolute nulpunt bereiken, is er geen warmte meer, maar verder dan dat kunnen we niet gaan. Er is niet zoiets als koude. Het woord beschrijft slechts de afwezigheid van warmte. We kunnen koude niet meten. Warmte is energie. Koude is niet het tegenovergestelde van warmte, meneer, het is alleen de afwezigheid ervan.

(Je kon een speld horen vallen)

Student : Hoe zit het met donker, Professor? Is er zoiets als donker?

Professor : Ja. Wat is de nacht anders als het niet donker is?

Student : U heeft het verkeerd, meneer. Donker is alleen de afwezigheid van iets. Er is flauw licht, normaal licht, fel licht, flits licht, helder licht. Maar als er geen licht is dan is er niets en dat noemen we donker, toch? Als donker zou bestaan, zouden we donker nog donkerder kunnen maken, toch?

Professor : En wat wil je daarmee zeggen, jongeman?

Student : Meneer, mijn punt is dat uw filosofische uitgangspunt onjuist is.

Professor : Onjuist? Kan je dat uitleggen?

Student: Meneer u gebruikt het uitgangspunt van dualiteit. U stelt dat er leven is dat er dood is, dat er een goede god en een slechte god is.

Professor: Is er dan geen goede god van Abraham en geen slechte god in de vorm van de duivel?

Student: nee. U beziet het concept van GOD als iets eindigs, als iets dat we kunnen meten. Meneer, de wetenschap kan niet eens verklaren wat een gedachte is. Wij weten dat de hersenen daarvoor elektriciteit en magnetisme gebruiken, maar het is nog nooit gezien en nog veel minder begrepen. Wanneer u de dood beschouwt als het tegenovergestelde van leven dan gaat u eraan voorbij dat de dood niet zelfstandig als iets kan bestaan zonder leven. De dood is niet het tegenovergestelde van leven, maar alleen de afwezigheid ervan.

Professor: als het leven afwezig is, wat blijft er dan nog over?

Student: De dood, maar we weten niet eens wat leven is. Vertel eens, Professor, leert u uw studenten dat zij zijn geëvolueerd van een aap?

Professor : Wanneer je refereert aan het natuurlijke evolutieproces, ja zeker. Dat is vele malen zichtbaarder dan een god of een alien. Ik vertel mijn studenten niet dat ze door aliens gemaakt zijn of door goden. Aliens en goden komen allebei uit de ruimte, maar ze zijn onvindbaar. Het DNA van sommige apen komt voor 98% overeen met dat van mensen. DNA van hondenrassen verschilt vaak nog meer. We stammen niet af van de aap, wij zijn apen, of apen zijn mensen, mar dan wat minder handig of slim, zoals je wilt.

Student : Heeft u ooit evolutie geobserveerd met uw eigen ogen?

(De professor schudde zijn hoofd met een glimlach terwijl hij zich begon te realiseren waar het argument heenging)

Student : Aangezien nog nooit ook maar iemand het evolutieproces in werking heeft kunnen zien en het zelfs niet bewezen kan worden dat het een voortgaand proces is, is het daarom niet zo, professor, dat u ons slechts uw mening probeert te onderwijzen? Bent u niet in plaats van een professor in de wetenschap eigenlijk een predikant?

(De klas ging even plat )

Professor: wacht even jongeman, heb jij ooit god in werking gezien, kan iemand bewijzen dat god al zolang als er mensen zijn, de mensen bespiedt? Nee… dus ben je in plaats van wijsneus niet gewoon je hoop + je mening aan het ventileren?

Student : Is er iemand in de klas die ooit het brein van een alien heeft gezien?

(De klas bulderde van het lachen )

Student : Is er iemand die ooit het brein van God of aliens of sinterklaas of een elfje heeft gehoord, gevoeld, aangeraakt, geroken, geproefd? … Niemand lijkt dat ooit gedaan te hebben. Dus, volgens het empirisch, testbare, aantoonbare protocol, zegt de wetenschap, professor, dat God geen verstand heeft. Met alle respect, meneer, maar hoe kunnen we geloven dat het juist is wat u gelooft?

(De klas was stil. De professor staarde de student aan, zijn gezicht ondoorgrondelijk )

Professor : Ik denk dat je daar maar op moet vertrouwen, jongeman.

Student : Dat is het meneer … Exact ! De band tussen de mens en GOD is vertrouwen. Dat is alles dat de dingen in leven houdt en in beweging. Maar zo is het ook met de band tussen mens en alien, en de band tussen mens en kabouter, heks, toverfee, Kerstman en sinterklaas… Zij bestaan, zolang je er maar in gelooft!