Als jonge loot

ik wilde hoogte
was altijd gericht
op onontbeerlijk licht

heb talloze keren
mijn stam gerecht
tegen constante wind

al als jonge loot
vocht ik met struiken
die woekerden in ruimte

groeide snel maar
werd afgevlakt door
een hoog bladerdak

toen ik dat overwon
kreeg ik als vriend
de warm stralende zon

heb nog geprobeerd
mijn bast te draaien zodat
het scheve recht zou waaien

heb mij toch verzoend
met de plaats van mijn kroon
die nu lente bloesemt als boom