Afdaling

Vleugels dragen het insectenlijf. Duikend door de atmosfeer bevrijdt zwaartekracht de snelheid, tot het vallen het van vliegen heeft gewonnen. Dwars door pluizige beesten heen.

De zon komt haar achterna, steeds warmer. De val breekt als de vleugels van richting veranderen en belanden in een vogelbek die de vleugels breekt en van richting verandert. In vogelvlucht door een zwerm insecten, over daken en torens, langs valken en vlinders. De vogel brengt gebroken vleugels naar het nest.

Over de drager van het nest krioelen soldaten door de straten van schors. Ze bladeren over de grond en de takken, tot alles op zijn plaats ligt voor hare majesteit. Tussen zand en gras strijden vijvers met reigers. Zij die gewonnen hebben, mogen via het luchtruim over de weilanden. Hoog over de polderbaan, waar zwanen hun vluchtplan hervatten.

Langs de grens van groene velden en beton stort een kraai zich op de lopende buffetten. Merels staan smakelijk de escargots weg te tikken, terwijl de wormen zich spittend voorbereiden als dessert. Zij moeten opletten met oversteken, als de metro bulten in de grond rijdt.

Wortels klimmen langs de tunnels omlaag. Zij zoeken vochtige stofjes met twee keer zoveel lucht. Kanalen dalen tot in bruisende beken, langs lagen vol geschiedenis. Zo dicht is het onhoorbaar. Warmte komt nader, vanuit de diepte. De aarde rommelt.

Door een kier raast een gesmolten rivier. Een stenen vlot schuift mee, als rots na rots wordt opgegeten. Achter de ontelbare dagen en aren, versneld de stroming door het gat naar de hemel. Vuur en vonken dragen het gesteente. Vallend door de atmosfeer, as tot as, stof tot stof.

Nino Michielse.